Gado gado is voor mij zo’n gerecht waarbij je bijna vergeet dat je vegetarisch eet. Niet omdat er iets vervangen moet worden, maar omdat het van zichzelf al een complete maaltijd is. Verschillende groenten, rijst, ei, krokante kroepoek en natuurlijk een flinke hoeveelheid pindasaus.
En juist die combinatie van warm, koud, zacht, knapperig, fris en romig maakt Javaanse gado gado zo lekker. Je kunt hem als complete maaltijd eten, maar gado gado past ook perfect als onderdeel van een uitgebreide Indonesische rijsttafel. Zet alle onderdelen op tafel, schenk er lekker wat warme pindasaus over en laat iedereen zijn eigen bord samenstellen.
Gado gado is een Indonesisch gerecht dat bestaat uit een combinatie van verschillende gekookte, geblancheerde en rauwe groenten, geserveerd met een pindasaus. De precieze samenstelling ligt niet volledig vast. Afhankelijk van de streek en de kok kom je verschillende groenten en andere ingrediënten tegen. Dat maakt gado gado juist zo’n fijn gerecht om thuis te maken. Je hoeft dus niet in paniek te raken als je één bepaalde groente niet in huis hebt. Het gaat vooral om de combinatie van verschillende smaken en structuren.
Gado gado kent in Indonesië allerlei regionale uitvoeringen. Mijn versie is geïnspireerd op de Javaanse keuken en op de manier waarop wij gado gado ook uit de Indonesische keuken in Nederland kennen. Daarom vind ik Javaanse gado gado een betere naam voor dit recept dan doen alsof er maar één officiële, authentieke samenstelling bestaat. Dat past bovendien beter bij koken zoals ik het graag doe: de basis en smaken van een gerecht respecteren, maar wel gewoon koken met ingrediënten die hier verkrijgbaar zijn.
Bij veel gerechten liggen de groenten ergens naast het vlees, maar bij gado gado zijn ze juist de basis van het gerecht. Dat betekent ook dat je aandacht moet besteden aan de bereiding. Kook of blancheer de groenten niet allemaal tot ze volledig zacht zijn. Juist het verschil in structuur maakt een goede gado gado interessant.
Sperziebonen mogen bijvoorbeeld nog een beetje beet hebben en komkommer hoort lekker fris en knapperig te blijven. Op die manier krijg je geen bord gekookte groenten met pindasaus, maar een maaltijd waarin iedere hap weer net even anders is.
Je kunt nog zulke mooie groenten gebruiken, maar uiteindelijk is de pindasaus de smaakmaker die alles met elkaar verbindt. Een goede Indonesische pindasaus is wat mij betreft meer dan alleen pindakaas verdunnen met water. Hij moet hartig, lichtzoet, kruidig en een beetje pittig zijn.
Een van de leuke dingen aan gado gado is dat niet alles dezelfde temperatuur hoeft te hebben. De rijst kan warm zijn en ook de pindasaus serveer ik graag warm. De komkommer blijft juist fris en andere groenten kunnen lauwwarm zijn. Daar komen vervolgens het ei, de taugé en krokante toppings bij. Het klinkt misschien als een verzameling losse onderdelen, maar zodra de pindasaus erover gaat, wordt het één gerecht.
Je hebt voor een goede gado gado eigenlijk helemaal geen vlees nodig. Door de combinatie van groenten, rijst, ei en pindasaus krijg je al een behoorlijk vullende maaltijd. Dat maakt dit ook een leuk Indonesisch gerecht wanneer er vegetariërs mee-eten. Let daarbij wel op de ingrediënten die je voor de saus en eventuele kroepoek gebruikt als je het gerecht volledig vegetarisch wilt houden. Als vegetariër kun dan cassavekroepoek gebruiken.
Je hoeft gado gado natuurlijk niet als hoofdgerecht te eten. Het is juist ook heerlijk als onderdeel van een Indonesische rijsttafel. Dan zou ik de porties wat kleiner houden en combineren met bijvoorbeeld nasi goreng, rendang, saté, sambalboontjes en atjar.
Grappig genoeg gebruik je gado gado tegenwoordig ook daadwerkelijk bij je Indonesische catering als mogelijke uitbreiding van de rijsttafel. Dat maakt een interne link vanuit dit recept naar je Indonesische cateringpagina inhoudelijk heel natuurlijk. Je cateringpagina noemt gado gado ook expliciet als mogelijke aanvulling.
Grotendeels wel, en dat is nog een voordeel van dit gerecht. Je kunt de groenten vooraf schoonmaken en bereiden, de eieren koken en de pindasaus maken. Bewaar de verschillende onderdelen afzonderlijk en stel de gado gado pas vlak voor het eten samen. Vooral de krokante onderdelen zou ik echt pas op het laatste moment toevoegen. Zodra die een tijdje tussen de groenten en pindasaus liggen, is de knapperigheid snel verdwenen.
Maak liever iets te veel pindasaus dan te weinig. Zet een extra kommetje warme saus op tafel zodat iedereen zelf nog wat kan toevoegen. En giet niet meteen alle pindasaus over de schaal als je verwacht dat er iets overblijft. Zonder saus kun je de groenten de volgende dag veel makkelijker opnieuw gebruiken.


Heb je het recept gemaakt of wil je het gaan maken? Heb je een vraag erover? Laat het in onderstaande reacties weten! Ik zou het echt leuk vinden als je een foto van het recept deelt op Facebook of Instagram met de hashtag #reneindekeuken of tag @reneindekeuken. Veel plezier met koken!

Ik ben René van der Linden, een gepassioneerde hobbykok en hoop jou te inspireren met mijn recepten, waar je helemaal geen chef voor hoeft te zijn. Met een beetje liefde voor het koken en het gebruik van goede verse producten kan iedereen iets lekkers op tafel toveren.
Laat je inspireren door de veelzijdige recepten op deze website en kijk vooral eens naar de kookvideo’s van René in de Keuken op YouTube.