Een grote pan zelfgemaakte kippensoep is voor mij echt comfortfood. Zeker wanneer het buiten koud is of wanneer je je niet helemaal lekker voelt. Niet voor niets wordt kippensoep al generaties lang liefkozend Joodse penicilline genoemd.
Voor deze kippensoep trek ik eerst een krachtige bouillon van kippenbouten met ui, knoflook, gember, rozemarijn, laurier, salie en foelie. Daar neem ik rustig de tijd voor: de bouillon mag twee tot drie uur zachtjes trekken. Daarna gaat de geplukte kip terug in de pan met boeren soepgroenten, rode peper en vermicelli. En het vel van de kippenbouten? Dat gooi ik niet weg. Dat bak ik krokant en strooi ik vlak voor het serveren over de soep.
Het resultaat is een flinke pan rijkgevulde, geurige kippensoep. Geen wondermiddel, maar wel precies het soort eten waar ik trek in krijg wanneer ik behoefte heb aan iets warms en hartigs.
De bijnaam Joodse penicilline bestaat al veel langer dan dit recept. Kippensoep speelt een belangrijke rol in de Joodse eetcultuur en kreeg door zijn reputatie als eten voor zieken uiteindelijk deze grappig bedoelde bijnaam. Dat betekent natuurlijk niet dat kippensoep letterlijk als antibioticum werkt of een verkoudheid, griep of andere infectie geneest.
Wat een kom warme kippensoep wél heel aantrekkelijk maakt wanneer je je niet lekker voelt, is eigenlijk veel eenvoudiger: hij is warm, bevat veel vocht, is gemakkelijk te eten en levert tegelijkertijd voedingsstoffen.
De basis van deze soep maak ik niet met alleen een bouillonblokje. Ik begin met 4 hele kippenbouten die twee tot drie uur zachtjes in water trekken. Daar gaan ui, kruidnagel, knoflook, gember, rozemarijn, laurier, salie en foelie bij. Tijdens het trekken geven zowel de kip als al die smaakmakers hun smaak af aan het water. Pas daarna zeef ik de bouillon en bouw ik de uiteindelijke soep verder op.
Je zou kippensoep natuurlijk met kipfilet kunnen maken, maar voor een bouillon zou dat niet mijn eerste keuze zijn. Met hele kippenbouten gebruik je vlees, botten en bindweefsel. Bovendien kunnen de bouten lang trekken zonder dat je na een paar uur alleen nog maar droge blokjes kip overhoudt. Na het trekken pluk ik het vlees van de botten en gaat het weer terug in de soep.
Aan deze kippensoep geef ik behoorlijk wat extra smaak. Een flink stuk verse gember zorgt voor wat warmte, terwijl rozemarijn en salie een kruidige smaak aan de bouillon geven. Twee laurierblaadjes gaan tijdens het trekken mee en voor nog wat extra warmte gebruik ik foelie of nootmuskaat. Ook steek ik 8 kruidnagels in een sjalot of kleine ui. Dat heeft nog een praktisch voordeel: na het trekken hoef je niet acht losse kruidnagels uit je bouillon te vissen.
Dit vind ik eigenlijk een van de leukste onderdelen van je recept en dat zou ik in de nieuwe tekst veel prominenter maken. Voordat de kippenbouten de pan in gaan, verwijder ik het vel. Dat vel bak ik apart in een droge koekenpan langzaam krokant. Uiteindelijk krijg je iets wat bijna op krokant spek lijkt. Snijd het vlak voor het serveren in reepjes en strooi het over de soep. Je krijgt daardoor ineens een krokant element bij een gerecht dat verder vooral zacht is. En je gebruikt ook nog eens vrijwel alles van de kip.
Dit is geen recept voor twee kommetjes. Ik vul de bouillon uiteindelijk aan tot ongeveer 5 liter soep. Daar gaan een hele zak boeren soepgroenten, geplukte kip en 200 gram vermicelli doorheen. Je hebt daarmee ongeveer acht royale porties. Dat maakt dit ook een ideale soep om een deel van te bewaren of uit te delen.
Ja. Zelfgemaakte kippensoep kun je uitstekend in porties invriezen. Wil je speciaal een deel invriezen, dan zou ik alleen overwegen om de vermicelli niet meteen aan de hele pan toe te voegen. Pasta blijft namelijk vocht opnemen en kan na bewaren en opnieuw opwarmen behoorlijk zacht worden. Je kunt dan later bij het opwarmen verse vermicelli toevoegen. Het krokante kippenvel bewaar je sowieso apart. Dat hoort pas vlak voor het serveren op de soep.
Proef de soep voordat je alle bouillonblokjes toevoegt. Je hebt eerst al urenlang bouillon getrokken van vier kippenbouten, kruiden en specerijen. Voeg daarom bouillonblokjes naar smaak toe in plaats van automatisch steeds meer zout in de pan te doen.


Heb je het recept gemaakt of wil je het gaan maken? Heb je een vraag erover? Laat het in onderstaande reacties weten! Ik zou het echt leuk vinden als je een foto van het recept deelt op Facebook of Instagram met de hashtag #reneindekeuken of tag @reneindekeuken. Veel plezier met koken!

Ik ben René van der Linden, een gepassioneerde hobbykok en hoop jou te inspireren met mijn recepten, waar je helemaal geen chef voor hoeft te zijn. Met een beetje liefde voor het koken en het gebruik van goede verse producten kan iedereen iets lekkers op tafel toveren.
Laat je inspireren door de veelzijdige recepten op deze website en kijk vooral eens naar de kookvideo’s van René in de Keuken op YouTube.