Afvallen wordt vaak gepresenteerd als een simpele rekensom: minder eten, meer bewegen. In theorie klopt dat. In de praktijk weet vrijwel iedereen die ooit serieus heeft geprobeerd af te vallen dat het mentale stuk minstens zo belangrijk is als voeding en beweging. Niet voor niets lukt het veel mensen om tijdelijk gewicht te verliezen, maar blijkt het vasthouden ervan een veel grotere uitdaging.
Ik merk dat ook bij mezelf. Dit jaar ben ik bewust bezig met een gezond, cholesterolverlagend eetpatroon. Geen crashdieet, geen wondermiddel, maar stap voor stap betere keuzes. Sinds begin januari ben ik inmiddels 2 kilo kwijt. Niet spectaculair snel, maar wel stabiel – en vooral: zonder continu hongergevoel.
Duurzaam gewichtsverlies begint niet op je bord, maar in je hoofd.
Veel mensen denken dat falen bij afvallen betekent dat ze te weinig discipline hebben. Dat idee is niet alleen onjuist, het werkt zelfs tegen je. Eetgedrag wordt namelijk grotendeels gestuurd door:
Wilskracht is een beperkte hulpbron. Hoe drukker, vermoeider of emotioneler je bent, hoe moeilijker het wordt om ‘goede keuzes’ te maken. Dat verklaart waarom snackdrang vaak ’s avonds toeslaat, of juist op stressvolle momenten.
Door dat te erkennen, verdwijnt ook het idee dat je ‘faalt’. Je reageert simpelweg menselijk.
Ons brein is niet ontworpen om slank te blijven, maar om te overleven. Calorierijke voeding activeert het beloningssysteem (dopamine), waardoor eten niet alleen brandstof is, maar ook ontspanning en comfort.
Dat betekent niet dat je verslaafd bent aan eten in medische zin, maar wel dat je brein sterk reageert op:
Jarenlang was dat bij mij niet anders. Eten was niet alleen voeding, maar ook gezelligheid en ontspanning. Pas toen ik me ging richten op wat mij echt verzadigt – meer vezels, volkoren producten en voldoende eiwitten – merkte ik dat die constante trek langzaam afnam.
Strenge diëten werken op korte termijn, maar zelden op lange termijn. Psychologisch gezien gebeurt er vaak het volgende:
Dit alles-of-niets-denken is funest voor duurzaam afvallen. Wat mij juist helpt, is het tegenovergestelde: voldoende eten, niets volledig verbieden en kiezen voor voedingsmiddelen die langdurig verzadigen.
Een cruciale psychologische factor is waarom je wilt afvallen.
Voor mij was dat laatste doorslaggevend. Niet het getal op de weegschaal, maar beter slapen, makkelijker bewegen en werken aan mijn gezondheid.
Succesvol afvallen draait minder om perfecte maaltijden en meer om consistent gedrag.
In mijn geval betekent dat:
Door zo te eten blijft mijn energie stabiel en voorkom ik dat knagende hongergevoel dat vaak tot snaaien leidt.
Emotie-eten is geen zwakte, maar een aangeleerde strategie. Het doel is niet om emoties weg te duwen, maar om ze eerder te herkennen.
Vragen die daarbij helpen:
Dat bewustzijn geeft ruimte om andere keuzes te maken – zonder streng te zijn voor jezelf.
Een kleine, misschien onverwachte factor die voor mij ook meespeelt: ik loop meestal op blote voeten. Niet omdat het vet zou verbranden of omdat meridianen geprikkeld worden – daar is geen wetenschappelijk bewijs voor – maar omdat het me letterlijk meer in contact brengt met mijn lichaam.
Op blote voeten lopen vergroot het lichaamsbewustzijn, verlaagt bij veel mensen stress en nodigt uit tot meer natuurlijke beweging tussendoor. Dat lijkt misschien onbeduidend, maar juist dat soort kleine, dagelijkse factoren helpt om minder op de automatische piloot te leven. En hoe minder automatisch je leeft, hoe bewuster je vaak ook eet.
Het effect zit dus niet in een magisch mechanisme, maar in aandacht, ontspanning en beter luisteren naar je lichaam.
Duurzaam gewichtsverlies vraagt tijd. Geen reset, geen wondermiddel, maar een proces van bijsturen, leren en volhouden. Terugval hoort daarbij. Niet als falen, maar als feedback.
Die 2 kilo die ik nu kwijt ben, voelt misschien bescheiden, maar ze zijn het resultaat van een aanpak die vol te houden is. En dat is uiteindelijk belangrijker dan snel resultaat.
Afvallen begint niet met een streng schema, maar met inzicht in jezelf. Begrijpen waarom je eet zoals je eet, geeft meer grip dan welke snelle oplossing ook. Niet harder vechten tegen jezelf, maar slimmer samenwerken met je brein – dát is de basis voor blijvend resultaat.