Snij 400 gram guanciale (varkenswang) in blokjes. Verhit een koekenpan zonder olie of boter en bak de spekblokjes bruin en krokant. Het is de bedoeling dat er veel vet uit het spek loopt.
Breng intussen een ruime pan met water en een beetje zout aan de kook. Zodra het water kookt doe je 400 gram spaghetti (of volkoren spaghetti) erin en kook de spaghetti in 10 minuten al dente.
Schep na 10 minuten een grote soeplepel van het pastawater in een kommetje en giet daarna de spaghetti af in een vergiet. Spoel de spaghetti af onder de kraan.
Schep met een schuimspaan de uitgebakken guanciale uit de pan en bewaar op een bord. Het achtergebleven vet gaat gebruikt worden om de spaghetti in te bakken. Je kunt voor een iets magerder carbonara een paar lepels vet uit de pan scheppen.
Dan is het tijd om de kaas te raspen. Rasp 200 gram Parmezaanse kaas (of Grano Padano) en 200 gram pecorino. De fijne rasp werkt het beste om straks in de saus te verwerken.
Vervolgens gaan we 6 eieren gebruiken. Breek 3 eieren in een kom. Scheid de andere 3 eieren en doe alleen de eidooiers bij de eieren in de kom. Kluts de eieren met een garde. Roer daarna de geraspte kaas erdoor en hou een klein beetje achter voor garnering. Roer tot slot het achtergehouden pastawater erdoor.
Verhit het spekvet opnieuw en bak daar de gekookte spaghetti in. Maak het goed heet en zet dan de hittebron uit. Roer vervolgens de kaas-ei-saus door de spaghetti en daarna de uitgebakken guanciale en een flinke snuf zwarte peper. Leg een handje rucola on top.