Bestrooi 6 kipdijfilets met zout en zwarte peper, 1 el gemalen koriander, 1 el gemalen komijn, 1 el kurkuma, 1 el pittig paprikapoeder en 1 tl kaneel. Meng goed door elkaar met schone handen zodat alle kipdijfilet is bedekt met het specerijenmengsel. Laat het een half uur of langer marineren.
Na het marineren verhit je een scheut olijfolie in een grote koeken- of hapjespan en braad daar de kip aan beide kanten een aantal minuten in aan.
Snij intussen een ui in partjes en 2 teentjes knoflook fijn. Haal de kip uit de pan en leg apart op een bordje. Fruit de gesneden ui en knoflook in dezelfde olie als de kip.
Snij 4 (Turkse) groene puntpaprika's in ringen. Maar je kunt natuurlijk ook andere kleuren gebruiken. Zet de waterkoker aan met water.
Voeg specerijen toe bij de ui en knoflook: 1 tl gemalen komijn, 1 tl gemalen koriander, 1 tl kurkuma, 3 kruidnagels, 1 tl zwarte peper en verkruimel 1 kippenbouillontablet. Laat de specerijen kort meebakken tot je de geuren ruikt die vrijkomen. Voeg 400 gram basmatirijst en laat kort meebakken terwijl je het er doorroert. Giet er gekookt water bij tot de rijst ± 1 cm onder water staat. Als je een beetje vuurvaste handen hebt zoals ik kun je het ook met je vinger meten; 1 vingerkootje onder water.
Gooi de in ringen gesneden gesneden puntpaprika er bovenop en 1 blik uitgelekte kikkererwten. Leg daar de aangebraden kip bovenop en het sap van de kip op het bord mag je er ook bij gooien. Laat het in 20 minuten zachtjes gaar worden.
Meng in een kommetje 1 kopje Griekse yoghurt met 1 kopje knoflooksaus. Snij 1 citroen in parten. Hak een bosje koriander of peterselie fijn.